Dit is de belangrijkste week van het jaar voor het mondiale geldbeleid

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Luister naar

Monetair beleid Nu de inflatie oploopt, staan de ECB, de Fed en andere centrale banken onder grote druk om in actie te komen. In coronatijd is niets meer voor de hand liggend.

Nieuwe restricties door ‘Omikron’ kunnen leiden tot nieuwe beperkingen in productie en logistiek, en dat werkt prijsopdrijvend.

Foto Brendan Smialowski/AFP

Het is deze week spitsuur bij de centrale bankiers, met kans op filevorming. Tel maar op: dinsdag begon de beleidsvergadering van de Amerikaanse Federal Reserve, waarvan de uitkomst woensdagavond bekend wordt. Woensdag zelf start een tweedaagse vergadering van de Europese Centrale Bank, waarvan de resultaten donderdag worden geopenbaard. Op donderdag vergadert ook de Bank of England, en vrijdag komt de Bank van Japan bijeen. Een baaierd aan andere centrale banken, van de Russische tot de Mexicaanse, vergadert dan ook. Persbureau Reuters telde er maar liefst zeventien.Al die vergaderingen over het monetaire beleid maken deze week cruciaal voor iedereen die met rentes te maken heeft. Van mensen met een variabele hypotheek of krediet tot bedrijven én overheden. Een mogelijke verandering in de kosten van geld heeft ook grote invloed op de waarde van zaken die rentegevoelig zijn, van woningen tot aandelen.Zo ontpopt de op een na laatste week van 2021 zich als een heel belangrijke. De volgorde van alle vergaderingen is veelzeggend: eerst kijken wat de Amerikanen doen op woensdag en de ECB op donderdag. Deze twee zwaargewichten geven de toon aan – en de ‘Fed’ is zeker voor de rest van de wereld het allerbelangrijkst. Omikron compliceertVrijwel de gehele wereldeconomie heeft te maken met hetzelfde fenomeen: oplopende inflatie en economische onzekerheid – zeker nu de Omikronvariant van het coronavirus om zich heen begint te slaan. Als dat uit de hand loopt, kan het de economische activiteit drukken. Normaal zou dan ook de inflatiedruk wat afnemen. Maar juist nu moet er rekening mee worden gehouden dat oplopende inflatie en inzakkende bedrijvigheid samen kunnen optreden – al was het maar tijdelijk. Want nieuwe restricties door ‘Omikron’ kunnen leiden tot nieuwe beperkingen in productie en logistiek. Die werken prijsopdrijvend, want er ontstaat schaarste. En ze raken de economische activiteit. Dat leidt tot flinke dilemma’s. Een week geleden was een meerderheid van de Britse analisten er bijvoorbeeld van overtuigd dat de Bank of England (BOE) donderdag haar rente zou verhogen van de huidige 0,1 naar 0,25 procent. Maar aan de vooravond van de BOE-vergadering wordt nu toch gedacht dat die centrale bank er nog even mee wacht.Maar hoe oud en voornaam ook, de Britse centrale bank speelt een bijrol, afgezet tegen de optredens van ECB en Fed. De piekende inflatie stelt de zenuwen van de leden van de bestuursraad van de Europese Centrale Bank deze week op de proef. Donderdagmiddag geeft ECB-president Christine Lagarde een persconferentie.

Lees ook: Centrale banken zijn verrast door alsmaar stijgende prijzen, en weifelen met ingrepen

Inflatie en de ECB Prijsstabiliteit is de drijfveer van de centrale bank – en de prijzen kun je momenteel moeilijk stabiel noemen. Toch gaf ze de afgelopen weken geen blijk van grote zorgen. Vanuit de glazen toren van de ECB in Frankfurt was steeds te horen dat de huidige hausse in de prijzen „voorbijgaand” (transitory) is – oftewel: onvoldoende voor een grote ommezwaai van het beleid. De energieprijzen zouden vanzelf weer dalen, de leveringsproblemen vanzelf verdwijnen. Over november liep de inflatie in de eurozone op naar 5 procent op jaarbasis. Consumenten en bedrijven ervaren nú dus inflatie, maar de ECB kijkt naar een langere periode. Ze streeft naar 2 procent inflatie op de „middellange termijn”. In de praktijk komt dat neer op zo’n drie jaar, waarbinnen de inflatie op die 2 procent moet uitkomen. Lagarde en collega’s moesten schoorvoetend toegeven dat ze de hoogte én de duur van de huidige inflatie niet hadden zien aankomenVeel zal afhangen van de ramingen van de inflatie voor 2022, 2023 en 2024 die de ECB donderdag publiceert. Overigens zijn die ramingen – die bijna nooit uitkomen – in deze inflatietijd met veel extra onzekerheid omgeven. Lagarde en collega’s moesten de voorbije weken schoorvoetend toegeven dat ze de hoogte én de duur van de huidige inflatie niet hadden zien aankomen. Concreet moet de ECB een besluit nemen over de grootscheepse opkoop van staats- en bedrijfsschuld. Die loopt nog, en jaagt de inflatie aan in plaats van die te remmen. Onder het ‘pandemie-noodopkoopprogramma’ koopt de centrale bank steeds voor krap 80 miljard euro per maand aan staats- en bedrijfsschuld. Daarnaast loopt maandelijks voor 20 miljard aan opkopen onder het reguliere ECB-opkoopprogramma.Zo drukt de centrale bank over een breed front de rentes, wat lenen voor overheden en bedrijven goedkoop maakt. In crisistijd moest dit beleid de economie draaiende houden en overheden helpen. Maar nu is de geldvloed vooral een risico op nóg meer inflatie. Lagarde kondigde in oktober aan, toen de inflatie al flink was opgelopen, dat de noodopkopen eind maart 2022 ophouden. Wat dan resteert, is de 20 miljard aan reguliere opkopen. Maar zo’n abrupte teruggang, van 100 miljard naar 20 miljard per maand, zien veel ECB-bestuursleden als een te grote sprong. Dan kan makkelijk onrust ontstaan op financiële markten, die aan de ECB-opkopen gewend zijn geraakt.

Lees ook: Wat zijn de gevolgen van de hoogste inflatie in Nederland …

Lees verder…….